Verslag 'Feed the Future' - 9 maart 2017

Op 9 maart werd het jongerencongres ‘Feed the Future’ georganiseerd in Sint-Niklaas. Het doel van dit jongerencongres is om agrarische ondernemers, die willen starten in de landbouw of een land- en tuinbouwbedrijf willen overnemen, te informeren. Hieronder kan je korte samenvattingen lezen van de verschillende workshops, die het Vlaams Ruraal Netwerk bijwoonde. De workshops die werden georganiseerd zijn: ‘Wie ben ik?’, ‘Ken ik mijn bedrijfskengetallen?’, ‘Heb ik een bedrijfsplan?’, ‘Ken ik de bank?’, ‘Ken ik de markt?’, ‘Ken ik mijn omgeving?’ en ‘Ken ik de subsidies?’. Elke samenvatting wordt ook afgesloten met enkele vragen, opdat je zelf kan afvinken hoe ver je staat met jouw voorbereiding. Deze vragen komen van de website van Feed the Future. Op deze website vind je ook meer gedetailleerde informatie: www.feedthefuture.be.

Ken ik de markt?

Tijdens deze workshop gaf Bart Teuwen van DLV inzicht in de financiële risico’s en prijsrisico’s op basis van marktinformatie. De prijs staat in functie van de vraag, het aanbod en de voorraden. Het belang van marktinformatie is dat het je helpt een accurate en objectieve prognose te geven over vraag en aanbod in de toekomst, waardoor je jezelf een idee kan vormen over het te verwachten prijsniveau. Hiermee kan je je productiecapaciteit managen, je liquiditeitsplanning opmaken, je bedrijfsstrategie bepalen/bijsturen en je marktstrategie uittekenen. Hier wordt ook aangegeven dat het belangrijk is om jouw eigen idee uit te werken. Je moet eigenlijk de ambitie hebben om na 30 jaar nog steeds een valabel bedrijf te hebben. Hiervoor dien je in te spelen op kansen (marketingstrategie) en op bedreigingen (risicomanagement). Het is als landbouwer van belang dat je nadenkt over een strategie.

Je moet bovendien nadenken over drie markten: de spotmarkt, de ‘forward market’ en de ‘future market’. De spotmarkt gaat over onderhandelingen over de verkoop. De levering en betaling gebeuren op één en dezelfde moment (vb. een groentemarkt). De ‘forward market’ gaat er over dat er vandaag onderhandeld wordt, maar dat de betaling van het goed in de toekomst plaatsvindt. Bij de ‘future market’ tot slot wordt onderhandeld over de prijs, maar vindt geen levering plaats. Dit staat dus volledig los van de fysieke markt. Speculatoren gebruiken hun marktinformatie voor de ‘future market’. 

Vragen die je je kan stellen zijn:
Wáár vind ik de juiste informatie ?
Kan ik de informatie correct interpreteren en toepassen?
Kan ik prijsrisico’s managen?

Ken ik mijn omgeving?

Rina Hulsbosch van Thomas More Hogeschool verzorgde een workshop over ‘Hoe omgaan met buren?’ en ‘Hoe omgaan met familieleden in het bedrijf?’. Je zal als ondernemer namelijk rekening moeten houden met vele “stakeholders”, zoals je gezin, familie, buren, klanten, leveranciers, enzovoort. Bij een overname van een familiebedrijf is vaak de vraag wie de eindverantwoordelijkheid draagt, van belang. Hoe ga je om met conflicten tussen familieleden op het bedrijf? Hoe betrek je je buren best bij het bedrijf? Zijn er do’s-and-don’ts? Rond deze vragen werden ervaringen uitgewisseld onder de aanwezige land- en tuinbouwers.

Er blijkt uit de gesprekken een gevoel te zijn dat er onder jongere mensen op het platteland minder interesse en begrip is voor de land- en tuinbouwsector. Het is als land- en tuinbouwer belangrijk dat je je buren kent en ook omgekeerd dat je buren jou kennen. Er zijn een aantal ideeën besproken om buren te betrekken op het land- en tuinbouwbedrijf. Zo organiseert een bepaalde landbouwer een Sinterklaasfeest op zijn boerderij. Daarnaast sturen sommige land- en tuinbouwers ook een berichtje naar de buren wanneer ze de mest zullen uitvoeren. Er kwam ook naar boven dat het een voordeel is als je actief bent in het verenigingsleven.

Over bedrijfsovernames zelf werd gezegd dat het belangrijk is om de hele familie te betrekken in het proces. Ook de broers of zussen die niet het bedrijf zouden overnemen. Daarnaast kan het helpen om een deadline te stellen tegen wanneer een bepaalde beslissing moet worden genomen. Het is ook belangrijk om regelmatig samen te zitten om de zaken op de boerderij te bespreken. Dit kan best door een overlegmoment in te plannen. Er kwam ook een verhaal naar boven dat het niet altijd even gemakkelijk is om als dochter mee op het bedrijf te werken, omdat daar in dat specifiek geval de dochter eerst de huishoudelijke taken op zich moest nemen en ze pas nadien mocht gaan meehelpen op de boerderij, waardoor alleen de minder leuke taken voor haar overbleven. Daarnaast merk je soms ook verschillende snelheden onder de generaties. De kinderen staan vaak te popelen om het bedrijf over te nemen en hebben een frisse kijk op de zaken, terwijl de ouders het emotioneel moeilijk vinden om het bedrijf over te laten en dus ook een beetje los te laten. 

Vragen die je je kan stellen zijn:
Wie zijn de stakeholders op jouw bedrijf?
Heb ik alle potentiële conflicten in kaart gebracht?
Hoe ver wil je gaan om buren te betrekken bij je bedrijf?

Ken ik de subsidies?

Carl De Braeckeleer van DLV gaf meer toelichting bij de subsidiemogelijkheden voor overname bij jonge land- en tuinbouwers. De overnamesteun voor jonge landbouwers vormt bijna de enige vorm van steun die je als jonge overnemer kan krijgen. Hoe jonger je bent, hoe meer kans je ook hebt om deze steun te krijgen. Per maand wordt bekeken wie in aanmerking komt om steun te krijgen. Vanaf het moment dat je een landbouwnummer hebt, kom je niet meer in aanmerking voor overnamesteun. Je moet bovendien bewijzen dat je vakbekwaam bent en dus een opleiding of B-cursus hebt gevolgd. Daarnaast moet het bedrijf dat je overneemt levensvatbaar zijn en moet de bedrijfszetel in Vlaanderen gelegen zijn. De steunvorm is een premie.

Meer informatie over overnamesteun vindt u op de website van het Departement Landbouw en Visserij: http://www.lv.vlaanderen.be/nl/subsidies.

Vragen die je je kan stellen zijn:
Zijn er subsidies mogelijk bij een overname?
Welke stappen dien je te nemen en in welke volgorde?
Is een optimalisatie van het overname-proces mogelijk?

Wie ben ik?

Tot slot kwam psycholoog Rudi Timmermans aan het woord. Hij liet de deelnemers nadenken over hoe goed ze hun eigen handleiding kennen. Het belangrijkste element in je bedrijf ben je namelijk zelf. Waarom doe je wat je doet? Er werd nagedacht over persoonlijkheidskenmerken. Ben ik een introvert of extrovert persoon? Ben ik eerder een denker of een voeler? Bij een samenwerking is het belangrijk dat je met elkaar in gesprek gaat. Een team bestaande uit verschillende persoonlijkheidskenmerken kan zeer positief zijn.

Enkele vragen die je je kan stellen zijn:
Ken ik mezelf?
Waar heb ik een hekel aan?
Hoe ga ik daar mee om?
Waar ben ik goed in?
Hoe gebruik ik mijn talenten ten volle?