Brexitdeal is een feit

Het vrijhandelsakkoord met het Verenigd Koninkrijk is een "eerlijke, rechtvaardige en evenwichtige" overeenkomst die de Europese belangen zal beschermen. Dat heeft Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen donderdag gezegd bij de aankondiging van de langverwachte deal. "Eindelijk kunnen we brexit achter ons laten. Europa blijft vooruitgaan." Boerenbond, Fevia, de zuivelindustrie en de Rederscentrale reageren opgelucht, maar blijven tegelijk voorzichtig.

Nadat ze eind januari al uit de Europese instellingen verdwenen, verlaten de Britten op 31 december na het verstrijken van de overgangsperiode ook de douane-unie en de interne markt. Het donderdag bereikte akkoord over de handelsrelaties en andere samenwerkingsdomeinen vermijdt dat er die dag grootschalige verstoringen zouden ontstaan voor burgers, bedrijven en reizigers, stipte von der Leyen aan.

Von der Leyen maakt zich sterk dat het resultaat de Europese belangen zal beschermen. Het bevat "doeltreffende instrumenten" om te vermijden dat de concurrentie op de Europese markt wordt verstoord, legt samenwerking op domeinen als klimaatverandering, energie en transport vast en biedt Europese vissers voor een overgangsperiode van 5,5 jaar "volledige voorspelbaarheid".

Het vrijhandelsakkoord verzekert dat de wederzijdse handel in goederen ook in de toekomst tariefvrij en zonder quota zal verlopen. Het bevat een kader voor een gelijk speelveld voor bedrijven op domeinen als staatssteun, sociale normen en milieubescherming, een bindend mechanisme voor geschillenbeslechting en de mogelijkheid voor beide partijen om "corrigerende maatregelen" te nemen.

Boerenbond: "Zal allesbehalve een zachte landing worden"

"Met dit akkoord kon een economische brexitramp vermeden worden, maar een zachte landing zal het allesbehalve worden," stelt Boerenbond. Volgens de landbouworganisatie is het belangrijk dat niet-tarifaire handelsbelemmeringen goed in de gaten gehouden worden om meer kosten of concurrentieel nadeel zoveel mogelijk te vermijden.

Het bekomen van het handelsakkoord tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk was volgens Boerenbond zeker de eerste en meest dringende stap in het vermijden van een economische brexitramp. Door dit handelsakkoord zullen er namelijk geen invoertarieven gelden, wanneer landbouw-, voedings-, sierteelt- of andere producten het kanaal oversteken. Hiermee is een grote extra kost vermeden.

Boerenbond benadrukt dat, ondanks het feit dat de eerste horde genomen is, een soft brexit niet bestaat. "Voor onze bedrijven is het nog steeds een brexit, wat wil zeggen dat ze meer administratie, vertragingen, sanitaire eisen, kosten en potentieel zelfs minder marktaandeel tegemoet gaan", klinkt het bij voorzitter Sonja De Becker. "We zullen namelijk niet de enigen zijn waarmee het Verenigd Koninkrijk zal willen handelen. Bedrijven zullen macro-economisch geraakt worden, of zelfs op bedrijfsindividueel niveau, afhankelijk van in hoeverre ze zelf handelen of er nog tussenschakels zitten in hun banden met het VK."

Daarom is het van belang verder in te zetten op samenwerking tussen beide handelsblokken om de handel zo soepel mogelijk te laten verlopen, klinkt het nog. Daarnaast moet het behoud van gelijke normen en standaarden goed bewaakt worden want iedere ongelijkheid zal tot meer kosten of een slechtere concurrentiële positie leiden.

Boerenbond roept daarom op om de nodige middelen vrij te maken om onze land- en tuinbouwsectoren te ondersteunen en te begeleiden. "Dat brexit eraan zat te komen, wisten we allemaal, maar dat het bovenop de COVID-19-crisis zou landen, dat betekent een dubbele klap die een voelbare verdere impact zal hebben op de veerkracht van onze bedrijven", besluit De Becker.

Fevia: “kerstfeest in mineur”

Fevia, de federatie van de voedingsbedrijven, verwelkomt het brexitakkoord, maar vraagt steun voor de getroffen bedrijven. “Het Verenigd Koninkrijk is onze vierde grootste exportmarkt”, aldus CEO Bart Buysse. “Dit handelsakkoord is voor onze sector dan ook een meer dan welkom cadeau onder de kerstboom. Zonder handelsakkoord zouden onze bedrijven jaarlijks 321 miljoen euro aan tarieven moeten betalen, wat onze export gemiddeld 15 procent duurder zou maken. Toch zal dat niet verhinderen dat het een Kerstfeest in mineur blijft. Niet alleen is er de impact van de coronacrisis, maar er wachten onze bedrijven nog steeds extra heffingen en heel wat extra administratieve lasten door de Brexit. Laten we nu dus onze bedrijven, waaronder heel wat kmo’s, helpen om zich aan te passen aan een nieuwe realiteit.”

Dat het akkoord na nieuwjaar slechts voorwaardelijk in werking treedt, schept volgens de federatie een periode van onzekerheid. Fevia vraagt concreet om op korte termijn en op een bevattelijke manier duidelijkheid te scheppen over wat het handelsakkoord voor onze voedingsbedrijven betekent qua regels en formaliteiten. “Hiervoor is een centraal aanspreekpunt bij de Belgische overheid voor het bedrijfsleven cruciaal”, klinkt het.

BCZ: “Welgekomen opsteker voor zuivelsector in zware coronatijden”

Ook BCZ, de Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie, is opgelucht dat er eindelijk een akkoord bereikt is. Met een uitvoer van 300 miljoen euro per jaar is het VK de vierde belangrijkste uitvoerbestemming van de Belgische zuivelindustrie.

“De brexitdeal is een welgekomen opsteker voor de zuivelsector in dit zware coronajaar met sterk gedaalde zuivelprijzen en aanzienlijk omzet- en margeverlies. Een no-deal konden we er echt niet bij nemen”, zegt afgevaardigd bestuurder Renaat Debergh.

Visserij: gemengde gevoelens bij Rederscentrale

De toegang van Europese vissers tot Britse wateren bleef tot het allerlaatste moment in de onderhandelingen het grootste struikelblok. Het Verenigd Koninkrijk wilde immers de toegang tot de Britse wateren weer helemaal zelf kunnen reguleren. De Belgische visserijsector is echter voor een aanzienlijk deel afhankelijk van de visvangst in Britse wateren. Ongeveer de helft van onze visserijproducten komt uit die gebieden. De Vlaamse vissersvloot telt 65 vaartuigen en een rechtstreekse en onrechtstreekse tewerkstelling van zo'n 2.500 werknemers.

Over de details van het akkoord is nog niet zo veel bekend, maar de Europese vissers zouden 25 procent van hun omzet moeten inleveren. Anderzijds blijft de toegang tot de Britse wateren voor 5,5 jaar gegarandeerd. "Dat is sowieso heel weinig tijd. Het is ook nog niet duidelijk of er nieuwe onderhandelingen zullen komen over wat na die periode zal gebeuren", aldus Emiel Brouckaert van de Rederscentrale.

"We zijn uiteraard niet gelukkig dat er moet ingeleverd worden. Wij waren vragende partij dat er niets zou veranderen. Dat was van in het begin ons standpunt”, aldus Brouckaert. Het is voor de vissers wel een goede zaak dat er nu eindelijk duidelijkheid is. Bij een no-dealbrexit bestond immers het gevaar dat de Europese vissers vanaf 1 januari de toegang tot de Britse wateren ontzegd zou worden. Dat scenario is nu van de baan, waardoor de Vlaamse vissers dus weten dat ze ook in 2021 in Britse wateren actief kunnen blijven.

Minister Crevits wil visserij ondersteunen "zodat die op lange termijn leefbaar blijft"

Vlaams minister Hilde Crevits, bevoegd voor Visserij, is tevreden dat er een akkoord is bereikt maar benadrukt dat de impact op de visserijsector groot zal zijn. “Zij verdienen nu specifieke aandacht zodat een leefbare visserij in Vlaanderen mogelijk blijft", klinkt het.

Volgens Crevits is het handelsakkoord werkbaar, maar betaalt de visserijsector toch mee de tol gezien de visquota de komende jaren aanzienlijk verminderd zullen worden. "We moeten de visserijsector nu ten volle ondersteunen om hem leefbaar te houden op langere termijn", zegt ze.

"Het is een goede zaak dat er nu een transitieperiode is afgesproken, maar een langere transitieperiode was beter geweest voor onze vissers", stelt ze. "Ons streefdoel lag oorspronkelijk op tien jaar. Vlaamse vissers zullen zich nu versneld moeten aanpassen aan de nieuwe situatie en mogelijks betekent dit ook dat ze op zoek moeten naar nieuwe visgronden en nieuwe vistechnieken. Dit is moeilijk, gezien onze vissers momenteel nog geen ervaring hebben op andere visgronden, omdat ze al eeuwen toegang hebben tot Britse wateren."

Hoe het quotabeheer van de visbestanden, die gezamenlijk beheerd worden, na de transitieperiode zal verlopen, is momenteel nog niet duidelijk. "Na de transitie zullen we jaarlijks moeten onderhandelen met de Britten over quota en toegang. Voor het aspect van de toegang blijft het Privilege Charter een relevant juridisch document. Wat betreft de visquota, is een akkoord gevonden waarbij 25 procent van de waarde die Europese vissersboten vandaag opvissen in Britse wateren, wordt teruggegeven aan de Britten. Vissoorten die sterk aanwezig zijn in Britse wateren als tong, roggen, zeeduivel en pladijs zijn erg belangrijk voor de Vlaamse vissers. Dit heeft dus serieuze gevolgen voor onze vissers. De precieze impact die de sector hiervan onmiddellijk vanaf 1 januari zal voelen, is nog niet duidelijk."

Er zullen ook afspraken tussen de verschillende Europese landen gemaakt moeten worden over hoe om te gaan met de gewijzigde vismogelijkheden gedurende de transitieperiode. Ook over hoe de Europese Unie kan reageren indien het Verenigd Koninkrijk ervoor kiest om na de transitieperiode de teruggavepercentages op te schroeven, zijn nog maar weinig details bekend.

Minister Crevits zal de volgende weken nauw contact blijven houden met de Rederscentrale, de Visveiling en met de meest betrokken lidstaten om de precieze impact in te schatten. Er is ook een nieuwe webpagina voorzien om de vissers en bedrijven zo gericht en snel mogelijk te informeren.

Tijd tikt

Er wacht nu nog een race tegen de tijd om het akkoord tijdig van kracht te laten worden. Voor een volwaardig ratificatieproces ontbreekt de tijd. De lidstaten moeten nu de komende dagen de teksten analyseren en vervolgens unaniem instemmen met de ondertekening én de voorlopige inwerkingtreding van het akkoord vanaf 1 januari. Sommige regeringen hebben daarvoor ook parlementaire toestemming nodig. De definitieve ratificatie van het akkoord in het Europees Parlement volgt pas in 2021.

De afspraken bieden volgens von der Leyen "solide fundamenten voor een nieuw begin met een oude vriend". Toch zal de samenwerking op vele domeinen onvermijdelijk minder hecht worden dan ze voordien was, en gaan er voor het VK vele voordelen van het lidmaatschap verloren, aldus de Commissievoorzitter. Eerder dan blij voelde de Duitse zich "tevreden en opgelucht" met de deal die het eerste vertrek van een lidstaat uit de Europese Unie definitief bezegelt. "Eindelijk kunnen we brexit achter ons laten. Europa blijft vooruitgaan", verzekerde ze.

Bron: Vilt, 27 december 2020