Onderzoek bewijst positief effect beheerovereenkomsten

Onderzoek in opdracht van VLM heeft een positief verband aangetoond tussen beheerovereenkomsten en biodiversiteit. Grasstroken, zoals perceelsranden, blijken belangrijk voor de aanwezigheid van nuttige loopkevers en de bodemfauna in het algemeen. “Ik ben blij dat ik deze resultaten kan voorstellen aan de vooravond van de Internationale Dag van de Biodiversiteit”, stelt een tevreden minister Schauvliege.

 

Tot nog toe werden de effecten van beheerovereenkomsten op de biodiversiteit slechts sporadisch onderzocht. Omdat evaluatie echter belangrijk is voor het draagvlak en het succes van het beleidsinstrument, liet de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) in de periode 2009-2011 een onderzoek uitvoeren. Dit onderzoek past in het kader van SOLABIO (SOorten en LAndschappen als dragers van BIOdiversiteit), een Vlaams-Nederlands interregionaal project met cofinanciering van Europa.

Zeven akkers en akkerranden waarvoor een beheerovereenkomst werd afgesloten in Limburg en Vlaams-Brabant, werden onderzocht op de aanwezigheid van loopkevers. Daaruit blijkt dat de aantallen loopkevers in grasstroken vaak hoger liggen dan in andere natuurlijke biotopen zoals bossen, duingraslanden, duinen, rietkragen of heidegebied. Achtentachtig verschillende soorten loopkevers werden teruggevonden, 23 procent van het totaal aantal gekende soorten in Vlaanderen, goed voor 52.198 individuele kevers.

In de akkers zelf blijken minder verschillende soorten voor te komen dan in de akkerranden, maar ligt het aantal individuele loopkevers hoger. Vooral voor de landbouw nuttige soorten (bladluizeneters) werden er massaal aangetroffen. In de akkerranden werden dan weer 23 bedreigde ‘Rode Lijst’-soorten teruggevonden, die er een tijdelijk onderkomen blijken te vinden.

“Akkers en akkerranden zijn geen groene woestijnen in agrarisch gebied, zoals wetenschappers vaak dachten”, stelt insectendeskundige Wouter Deconinck van het Koninklijk Belgische Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). “Ze hebben integendeel een belangrijke natuurwaarde en ze kunnen bijdragen tot de natuurlijke plaagbestrijding op het platteland. Het aantal plaagbestrijders in de akkerrand en vooral op de akker zelf is immers indrukwekkend.”

Ander onderzoek, uitgevoerd door Inagro, toont op zijn beurt dat bloemenranden, die bestaan uit de juiste samenstelling aan soorten, de aanwezigheid van nuttige vliegende insecten of ‘natuurlijke plaagvijanden’ zoals lieveheersbeestjes, larven van zweefvliegen of gaasvliegen en bloemenwantsen rond de akker bevorderen. “Als er voldoende insecten aanwezig zijn, blijkt de inzet van bestrijdingsmiddelen op de akkers zelfs overbodig”, stelt Femke Temmerman van Inagro.

Bloemenranden bieden dus kansen om te evolueren naar een geïntegreerde bestrijding die chemische bestrijding en schade aan het milieu kan verminderen. “Daarbij moet evenwel opgemerkt worden dat het belangrijk is om de landbouwers op te leiden en te begeleiden, en de aanwezigheid van plagen en nuttige insecten in de gewassen regelmatig op te volgen. Zonder dergelijke veldwaarnemingen wordt immers vaak te snel teruggegrepen naar chemische bestrijdingsmiddelen, die helaas contraproductief werken doordat ze ook de natuurlijke vijanden uitschakelen.”

De telers in dit laatste project hebben bovendien geen invloed ervaren op de opbrengst van de tarwe. Per hectare brachten de onbehandelde percelen zelfs meer op omdat bespaard werd op het middelengebruik. Bloemenranden maken nog geen deel uit van beheerovereenkomsten, maar dat zou in de toekomst wel kunnen. Mede om uit te zoeken of het een interessante nieuwe beheerovereenkomst zou zijn, zette VLM zijn schouders onder dit project.

Minister voor Leefmilieu Joke Schauvliege is tevreden over de resultaten van beide studies. “Vorig jaar vierden we rond deze tijd het tienjarige bestaan van de beheerovereenkomsten in Vlaanderen. Toen was de balans al gunstig, maar vandaag kan ik nog een stap verder gaan. Wetenschappelijk onderzoek heeft nu ook effectief aangetoond dat er een positieve link bestaat tussen beheerovereenkomsten en biodiversiteit. Het behoud en herstel van de biodiversiteit, waaraan de internationale gemeenschap zo veel belang hecht, is dus geen loze ambitie, en mens en natuur kunnen elkaar daarbij helpen.”

Schauvliege benadrukte daarbij niet alleen het belang van de inzet van landbouwers, maar ook van de bedrijfsplanners van VLM. “Sinds de start in 2000 hebben de beheerovereenkomsten een hele evolutie doorgemaakt. De eerste overeenkomsten werden nog van op kantoor gesloten, zonder veel betrokkenheid op het terrein. Vandaag worden landbouwers daarentegen intensief begeleid. De bedrijfsplanners staan de landbouwers met raad en daad bij, met een toegenomen doeltreffendheid tot gevolg. Beide studies bevestigen dit trouwens: de uitvoering van de maatregelen moet goed opgevolgd worden.”

Bron: Vilt, 21 mei 2012

Klik hier voor de directe link naar het artikel