Verslag stakeholderoverleg “Innovatie werkt!”- 20 oktober 2016

Op donderdag 20 oktober trokken we met een groep stakeholders richting Antwerpen voor een stakeholderoverleg rond innovatie, gekoppeld aan een excursie. Het Vlaams Ruraal Netwerk organiseerde dit moment op vraag van een aantal stakeholders.

Hieronder vindt u het volledige verslag terug. Voor de PDF-versie kunt u hier terecht: Verslag stakeholderoverleg over innovatie - 20 oktober 2016 (.pdf 318.16 KB)

Extra info:

Voormiddag

 

Om landbouwers te inspireren over innovatie gingen we eerst op bezoek bij Proefcentrum Hoogstraten. Hier werden we geïnformeerd rond twee PDPO III-maatregelen die innovatie hoog in het vaandel dragen: de projectsteun voor innovaties in de landbouw én de maatregel EIP (Europees Innovatie Partnerschap).

Michael Van Zeebroeck stak als eerste van wal. De projectsteun voor innovaties in de landbouw is een maatregel binnen PDPO III die werkt aan de hand van oproepen en beschikt over een budget van 23 miljoen euro (voor de volledige programmaperiode). De doelgroep van deze maatregel zijn landbouwers en coöperaties bestaande uit enkel landbouwers. Naast deze minimum voorwaarde dient de landbouwer ook in orde te zijn met de wettelijke administratie voor het innovatieproject.

Elk ingediend project krijgt een beoordeling aan de hand van selectiecriteria, zoals de mate waarin het project concreet, realistisch en uitvoerbaar is. Tijdens de eerste oproep zijn slechts drie van de veertien projecten niet weerhouden. Enkele voorbeelden van de geselecteerde projecten: een luchtwasser in een gesloten melkveestal, een project rond tomatenkroketten, een sorteermachine  in een boomkwekerij …

Michael wist ons ook te vertellen dat er voor elke oproep een bepaald budget wordt uitgetrokken, deze keer was dit 3,7 miljoen euro. Dit beschikbaar budget is echter niet volledig opgebruikt, waardoor het wort doorgeschoven naar de volgende oproep. De respons vond men bij het VLIF (Vlaams Landbouwinvesteringsfonds) eerder  laag. Bij de volgende oproep zullen er dus nog meer en grotere communicatieacties worden ondernomen. Wanneer de volgende oproep zal gebeuren, ligt trouwens nog niet vast.

Meer informatie rond deze PDPO III-maatregel is hier terug te vinden.

De volgende spreker was Els Lapage, ook tewerkgesteld bij het Departement Landbouw en Visserij. Zij had het over wat EIP juist voorstelt en wat innovatie nu eigenlijk is. EIP is in principe een nieuw instrument op EU-niveau dat innovatie stimuleert en de interactie tussen onderzoek en praktijk wil vergroten. Dit gebeurt via operationele groepen (OG). In zo’n OG moet minstens een landbouwer en een onderzoeker vertegenwoordigd zijn. Belangrijk hierbij is dat de landbouwer mede-eigenaar is van de resultaten van het project en niet zelf een studieobject vormt. Er kunnen trouwens ook leden van buiten de landbouwsector aansluiten. Deze OG’s moeten werken rond innovatiethema’s, die terug te vinden zijn op de website van het Departement Landbouw en Visserij.

Els had het ook over de vijf innovatiekarakteristieken, zoals ‘coalitievorming’ waardoor bij het samenbrengen van verschillende belangen op een interactieve manier een aanpassing van de regelgeving een mogelijke output kan zijn. Het Vlaams EIP-netwerk staat in contact met EIP-AGRI, de Europese koepel als het ware. Op die manier kan er ook inspiratie opgedaan worden uit andere EU-lidstaten.

In 2016 zijn er 19 projectvoorstellen ingediend, waarvan vijf operationele groepen weerhouden zijn. Er waren er twee rond IHD-PAS, zoals de OG ‘GREEN-AIR’ waarbij er aan uitwisseling zal gedaan worden van groene kennis voor een gezondere binnen- en buitenlucht. Maar ook ‘smart farming’ wordt gestimuleerd, bijvoorbeeld door de OG ‘Controlled Traffic Farming’, waarbij men de GPS-technologie onder de loep zal nemen.

Er werd afgesloten met enkele positieve- en verbeterpunten. Zo kunnen de inspanningen van de landbouwers door de EIP-maatregel vergoed worden, maar het systeem laat echter het betalen van voorschotten niet toe waardoor landbouwers ontmoedigd kunnen worden om een voorstel in te dienen. De uitdaging zit erin om de koppeling te maken met reeds bestaande instrumenten. Een van de vragen van de aanwezigen was of een OG kan gekoppeld worden aan andere subsidies, zoals bijvoorbeeld de PDPO III-maatregel LEADER. Dit kan in principe, maar dan moet de inhoud/thema van het LEADER-project verschillen van de OG. Dubbelfinanciering is namelijk niet toegelaten.

Meer informatie rond deze PDPO III-maatregel is hier terug te vinden.

Daarna nam Tom Van Delm, directeur van Proefcentrum Hoogstraten, ons mee voor een rondleiding. Daar werden verschillende proeven uit de doeken gedaan, ter inspiratie van de deelnemers. Na de rondleiding verzamelde iedereen rond de tafel om een korte intervisie te houden rond wat er volgens hen nodig is om aan innovatie te kunnen doen.

Intervisie

Risicokapitaal

Vraag: Mag een project dat gefinancierd wordt via de maatregel ‘Innovatieve investeringssteun’ falen?

Antwoord: het project mag gedeeltelijk falen. De landbouwer wordt niet gestraft want er wordt zo veel mogelijk tegemoet gekomen aan kosten die reeds gemaakt zijn. Dit risico moet mogelijk zijn want dat blijkt ook uit een onderzoeksproject rond innoveren: wetenschappers zeggen dat voor innovatie ‘trial and error’ mogelijk moet zijn. Ook bij de maatregel ‘Operationele groepen - EIP’ wordt rekening gehouden met het feit dat  in de ontwikkeling van innovatie falen mogelijk is. Het project dient stopgezet te worden wanneer blijkt dat het resultaat op niets zal uitlopen. De operationele groep dient dit in dat geval te melden aan de administratie. De tot dat moment gemaakte kosten worden uitbetaald.

Vroeger bestond de mogelijkheid bij VLIF niet bv. een project rond LED-belichting bij aardbeien. Met PDPO III werd flexibiliteit van de VLIF-lijst gevraagd en ook gekregen. Dit werkt meer stimulerend voor de introductie van innovatie.

 

Uitwisseling tussen onderzoek en praktijk

Vraag: Is het een verplichting om onderzoek te betrekken bij operationele groepen? Waar vindt fundamenteel onderzoek triggers om te bepalen welk onderzoek zal uitgevoerd worden?

Antwoord: het is geen verplichting om onderzoek te betrekken bij een operationele groep indien dit niet mogelijk is of niet relevant is voor het bereiken van de doelstelling. Het is essentieel dat de actoren met de juiste expertise deel uitmaken van de operationele groep. In plaats van onderzoekers kunnen dat adviseurs, commerciële bedrijven,… zijn. Landbouwers moeten altijd betrokken worden aangezien met de EIP-maatregel een bottom-up-aanpak beoogd wordt.

Belangrijk aandachtspunt voor innovatie is een meer domeinoverschrijdende aanpak. Er zijn verschillende schakels betrokken bij landbouw: consument, praktijk, landbouwers. Men moet ook eerder rekening houden met de consument. Productinnovatie is positief maar het product moet wel gewild zijn. Het is belangrijk om te weten of iemand zit te wachten op de innovatie. Parkkonijnen is een goed voorbeeld. De hele ketting werd betrokken: organisaties rond dierenwelzijn, retailers aangezien zij ook inspraak rond productiesystemen wensen,… Het betrekken van de hele ketting blijkt te werken. Innovatie moet niet enkel op technisch vlak gebeuren maar ook op marketingvlak. Samenwerking moet breed gezocht worden.

De subsidie voor operationele groepen in Vlaanderen is beperkt tot 30.000 euro per operationele groep. Dat is weinig ten opzichte van andere lidstaten. Reden is dat in Vlaanderen het onderzoek heel goed uitgebouwd is met wetenschappelijke onderzoek en praktijkonderzoek. Het ontbreekt in vele landen dat onderzoekers dicht bij de praktijk staan. Het departement verwacht tamelijk veel van operationele groepen. Productinnovatie werkt maar vraagt heel veel inspanningen en veel afstemming. De operationele groepen fungeren als denktank. Daar kan investeringssteun voor innovatieve projecten aan gekoppeld worden.

 

Namiddag

In de namiddag trokken we naar Loenhout waar we een bezoek brachten aan amarylliskwekerij Romberama. Raf en Ben Rombouts hebben in 2006 het bedrijf overgenomen van hun ouders, en hebben zich verder gespecialiseerd in de teelt van amaryllis. Deze mooie bloem wordt in verschillende variaties gekweekt.

Op advies van de bank hebben de broers eerst een paar jaar gewerkt in de bestaande serres, met een oppervlakte van 1 ha. Na een aantal jaar hebben ze dan een nieuwe serre bijgebouwd. Hun bedrijf beslaat nu 2,5 ha.  De broers zijn blij met het toenmalige advies van de bank om niet meteen uit te breiden. Ze hebben de eerste jaren namelijk toch wat leergeld betaald, en dan is het goed dat de oppervlakte beperkt was, met een beperkte investering.

Het amaryllisseizoen loopt van september tot maart. De weken voor Allerheiligen en Kerstmis wordt er wat warmer gestookt, wat de bloei bevordert. De prijzen zijn dan hoger, dus willen de broers Rombouts graag meer bloemen op de markt brengen. De broers hebben een aantal vaste personeelsleden. Zij werken van september tot half juni op het bedrijf.  Afhankelijk van de periode komen er soms nog personeelsleden bij. December is de drukste periode, dan werken er ongeveer 20 werknemers op het bedrijf.

De verwarming van de serres gebeurt met een warmtepomp. Ook bladsensoren worden ingezet om de zwel en krimp te meten. Een andere innovatie is de bladsnijder. Dat is een machine om de rijen te kuisen. Maar ook kleine, goedkope oplossingen kunnen het werk een stuk makkelijker maken. Ben en Raf hebben voor de pluk bakjes gemaakt op basis van betonnetten. Deze bakjes wegen niet veel, en de voor- en achterzijde is open, waardoor de bloemen minder gekwetst worden. Ook voor de dames die instaan voor de verpakking van de vers geplukte bloemen zijn deze bakjes handig. Ze zijn heel licht, waardoor het werk voor hen ook gemakkelijker wordt.

Na het plukken worden de bloemen verpakt per vijf. De bloemen in één pak zijn allen even lang en even dik. Daarna gaan de bloemen naar veilingen in Nederland en Duitsland, waar ze worden verhandeld, om uiteindelijk in een mooi boeket terecht te komen.