1,7 miljoen euro VLIF-steun voor praktijkonderzoek

Vlaams minister van Landbouw Koen van Den Heuvel maakt 1,7 miljoen euro vrij voor tien innovatieve investeringen in praktijkcentra voor land- en tuinbouwonderzoek. Zo krijgt het Proefcentrum Hoogstraten een subsidie van 123.000 euro voor onder meer een vernieuwd weeg- en registratiesyteem voor tomaten en paprika’s en vruchtmaatbepaling van aardbeien met een camera op de automatische aanvoerlijn. De minister ging er dinsdag een kijkje nemen. Onderzoek in glastuinbouw is hightech, wat verklaart waarom de onderzoekserre uitgerust wordt met een wifi-voorziening. “Connecteren met draadloze sensoren is een goed voorbeeld, maar ook voor de aansturing van robotica zal van het netwerk gebruik gemaakt worden”, zegt directeur Tom Van Delm.

Recent werd voor bijna 11 miljoen euro aan projectsteun goedgekeurd waarmee het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) innovatieve investeringen op land- en tuinbouwbedrijven stimuleert. Het geld gaat naar 76 projecten die ingediend werden door landbouwers, onderzoekers en agrovoedingsbedrijven. Deze week maakte minister Koen Van den Heuvel bekend dat de Vlaamse overheid via VLIF opnieuw bijna 1,7 miljoen euro investeert, ditmaal in de omkadering van praktijkcentra en landbouwonderzoeksinstellingen. Aan het Proefcentrum Hoogstraten wordt 123.000 euro toegewezen voor een in totaal dubbel zo grote investering. Wat er met de subsidie in functie van hun praktijkonderzoek gebeurt, vernam de Vlaamse minister van Landbouw van directeur Tom Van Delm.

Proefcentrum Hoogstraten is een voortrekker in het onderzoek naar robotisering. Dat moet wel want in de glastuinbouw volgen de technologische ontwikkelingen zich in een razendsnel tempo op. “Technologie biedt vandaag mogelijkheden die voorheen ondenkbaar waren”, aldus Van Delm. “Om de nieuwste technieken te kunnen demonstreren en het kaf van het koren te scheiden voor telers, voorzien we de onderzoekserre van wifi. Op termijn zullen serres immers uitgerust worden met een gans pakket aan draadloze sensoren. Daarmee kan je online het klimaat in de serre opvolgen, meer bepaald de temperatuur, luchtvochtigheid en CO2. Ook de voedingsstoffen beschikbaar in het substraat zullen we gaan meten met behulp van sensoren. Binnen het project GROW! werken we mee aan de ontwikkeling en toepassing van robuuste en bij voorkeur goedkope sensoren.”

De draadloze verbinding zal ook van pas komen bij het aansturen en bewaken van robotica en geautomatiseerde toepassingen met camera's. Nieuw op het vlak van automatisatie, en mee mogelijk gemaakt dankzij de VLIF-steun, is de aanvoerlijn voor bakjes aardbeien vanuit alle proefveldjes. In de toekomst gaan de onderzoekers minder tijd verliezen met de logistiek bij de oogst. Tom Van Delm rekent voor: “Voor het aardbeienonderzoek beschikken we over 6.000 vierkante meter onder glas, 3.000 m² plastic serre, 1.500 m² stellingenteelt onder tunnels en ongeveer 1 hectare in vollegrond. Verspreid over de verschillende teeltmethoden liggen 1.400 proefveldjes aan waarvan de resultaten afzonderlijk geregistreerd worden. Tijdens het seizoen moeten hier vaak meer dan 1.000 bakjes aardbeien per dag gewogen worden.” De capaciteitswinst door een automatische aanvoerlijn is met andere woorden welgekomen, en laat een meer flexibele inzet van personeel toe. “Zo gaat de logistiek geen bottleneck vormen binnen het aardbeienonderzoek”, verduidelijkt de directeur.

De aanvoerlijn voor aardbeien wordt uitgerust met een scanner voor registratie van de proefveldgegevens en ook voorzien van een sensor. Met die camera kan de vruchtmaat voortaan automatisch bepaald worden. “De plukkers sorteren nog steeds de kleine en grote aardbeien in aparte bakjes. De diameter van de vruchten, van belang voor het financieel rendement van een teler, zal niet langer door ervaren medewerkers bepaald moeten worden. Een camera en de bijbehorende software kunnen de gemiddelde vruchtmaat zonder menselijke tussenkomst inschatten, wat de resultaten objectiveert”, aldus Van Delm.

Voor trostomaten is een mobiele meetkar in de maak om bij de oogst meteen de wegingen en registraties te kunnen uitvoeren. Het ganse weeg- en registratiesysteem voor zowel tomaten en paprika’s als aardbeien wordt vernieuwd om accurate en gedetailleerde proefresultaten te kunnen blijven verstrekken. Registratie is bij praktijkonderzoek immers alles, van de opbrengst per vierkante meter tot de vruchtmaat waarover we het al hadden. Een belangrijk deel van de investering in hard- en software gaat naar het weeg- en registratiesysteem. Een ander deel komt het onderzoek ten goede bij de verdere verwerking, want een massa data moeten ook veilig en vlot verwerkt kunnen worden. Het sluitstuk van de vernieuwde ICT op het Proefcentrum Hoogstraten wordt de nieuwe website die de onderzoeksresultaten sneller naar de telers zal communiceren.

Naast het Proefcentrum Hoogstraten krijgen ook Inagro, het Proefcentrum Fruitteelt, de Nationale Proeftuin voor Witloof, het Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen, het Landbouwcentrum voor Voedergewassen, het Proefcentrum voor Sierteelt, het Proefcentrum Hoogstraten, het Praktijkcentrum Zoötechnisch Centrum KU Leuven en de Bodemkundige Dienst van België een subsidie als praktijkcentrum of instelling voor land- en tuinbouwonderzoek. “De Vlaamse overheid draagt telkens 50 procent van de ingediende en aanvaarde kosten. De praktijkcentra kunnen geregeld projecten indienen voor de oproep omkaderingssteun voor praktijkcentra actief in de land- en tuinbouwsector. Daarnaast komen ook de provincies en private partners (zoals de producentenorganisaties) financieel vaak tussen in investeringen van de praktijkcentra”, verduidelijkt het kabinet van minister Van den Heuvel.

Bron: Vilt, 3 juli 2019