206 miljoen euro steun voor plattelandsontwikkeling

In de periode 2014-2018 heeft het Vlaamse programma voor plattelandsontwikkeling (PDPO III, 2014-2020) al meer dan 206 miljoen euro steun uitgekeerd. Ongeveer de helft komt van het EU-budget, de andere helft van Vlaanderen. Het merendeel van het geld ging naar investeringssteun, agromilieu- en klimaatmaatregelen en beheerovereenkomsten. Daarna volgen steun voor opleidingen en overnamesteun voor jonge landbouwers. “Met deze en andere maatregelen zet het PDPO III in op innovatie, duurzaamheid en het verhogen van de weerbaarheid van de landbouwsector”, klinkt het bij het Departement Landbouw en Visserij.

Deze beleidsperiode (2014-2020) werkt de Vlaamse overheid met het PDPO rond vier strategische thema’s: jonge landbouwers, innovatie en opleiding in de landbouw, weerbaarheid en verduurzaming van landbouw en, tot slot, een vitaal platteland door een kwalitatieve inbedding van de landbouwsector. PDPO III is een totaalinvestering van 671,5 miljoen euro in het Vlaamse platteland. Op dit moment is daarvan al meer dan 206 miljoen euro steun uitgekeerd, zo blijkt uit het vierde PDPO-jaarverslag.

In 2018 ging zo’n 3,7 miljoen euro naar extra opleidingen voor landbouwers. “In totaal werden zo 5.493 opleidingen gesteund”, aldus het Departement Landbouw en Visserij. Die opleidingen waren vooral gericht op het economisch verbeteren van het bedrijf, het overnemen van een landbouwbedrijf en alles rond ecosystemen. “Via de verschillende opleidingen bereikten we in totaal 135.109 deelnemers tijdens 63.645 opleidingsdagen. 37 procent van die deelnemers was een vrouw en 47 procent was jonger dan 40 jaar.” In de volledige periode 2014-2018 werden al 16.886 opleidingen gesteund, alles samen goed voor 407.314 deelnemers.

Vooral naschoolse opleidingen en cursussen zijn ideale instrumenten om kennis over te dragen. “De cursisten nemen vrijwillig deel, dus de motivatie om iets bij te leren, ligt vaak hoog”, klinkt het bij het departement. “De toegang is zeer laagdrempelig en er kan snel worden ingespeeld op de actualiteit. Daarnaast komen er vaak praktijkcases aan bod en/of worden bedrijfsbezoeken georganiseerd. Daardoor zijn landbouwers eerder geneigd om innovaties waarmee ze tijdens vormingen in aanraking komen kritisch te observeren en – nadien – verder te onderzoeken om eventueel op te pakken in hun eigen bedrijf.”

Verder ontvingen meer dan 14.400 bedrijven in de periode 2014-2018 steun voor hun investeringen, om de weerbaarheid van het bedrijf te verhogen, een efficiënter energiegebruik te realiseren of de uitstoot van broeikasgassen en ammoniak te reduceren. “Een evaluatie van de economische impact van de steun leerde dat steun aan investeringen om de weerbaarheid van de bedrijven te verhogen, de bruto-toegevoegde waarde van die bedrijven doet toenemen”, aldus het departement. Ook op het vlak van wateropvang, energiegebruik, broeikasgasuitstoot en ammoniakemissies droeg de investeringssteun haar steentje bij.

Meer weten? Lees het volledige rapport hier.

Bron: VILT