1,2 miljoen euro voor praktijkcentra land- en tuinbouw

Innovatie stimuleren en versneld ingang doen vinden bij de land- en tuibouwers, dat is het doel van de steun van 1,2 miljoen euro die Vlaams minister van Landbouw en Innovatie Hilde Crevits toekent aan verschillende praktijkcentra. De minister maakte het nieuws bekend tijdens haar bezoek aan Inagro in Beitem bij Roeselare. “Met de investeringen kunnen de centra verder onderzoek doen en kunnen innovaties sneller toegepast worden op het landbouwbedrijf”, aldus Crevits.

 

“Onze land- en tuinbouwers worden geconfronteerd met heel wat uitdagingen”, zegt de minister. “Er moet meer rekening gehouden worden met het klimaat en duurzaamheid. Maar het werk moet ook haalbaar blijven en op een efficiënte manier kunnen gebeuren.” Daarom wordt nu 1,2 miljoen toegekend aan verschillende praktijkcentra voor land- en tuinbouw. “Concreet wordt er bij Inagro bijvoorbeeld geïnvesteerd in materiaal en infrastructuur voor onderzoek naar duurzaam water- en bodembeheer.” Naast investeringssteun voor landbouwbedrijven, worden via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) ook investeringen voor praktijkcentra en vergelijkbare instellingen ondersteund. In november 2019 werd een oproep gelanceerd waarbij praktijkcentra voor land- en tuinbouw dossiers konden indienen om innovatie te stimuleren. Daaruit werden 7 projecten geselecteerd, die goed zijn voor een totale investeringssteun van 1.195.487 euro. Concreet zullen de praktijkcentra bijvoorbeeld de steun gebruiken voor aanpassingen aan en uitrusting van bedrijfsgebouwen en -constructies bestemd voor de uitvoering van onderzoeksactiviteiten of voor de aankoop van machines en rollend materiaal. Het gaat vooral om investeringen die als doel hebben de innovatie in de land- en tuinbouw te stimuleren en een voortrekkersrol spelen op het vlak van duurzame vernieuwende teelttechnieken en -toepassingen. De investeringen moeten het mogelijk maken om voor actuele problemen en noden in de sector een oplossing te zoeken. Van de totale steun ontvangt Inagro 557.845 euro. Hiermee plant het praktijkcentrum investeringen gericht op duurzaam omgaan met water en bodem. Daarnaast willen ze ook de efficiëntie en de kwaliteit van het praktijkgericht onderzoek verbeteren, waarbij het digitaal verzamelen van data een rode draad is. Om deze doelstellingen te verwezenlijken, was een investering in aangepaste machines, apparatuur en installaties nodig. Zo kunnen nu machines worden aangekocht zoals een cameragestuurde schoffelmachine, een verplaatsbare wateropslagcontainer of een optische sorteerder. Deze nieuwe uitrusting dient voor onderzoek naar duurzame bemesting, efficiënt omgaan met water, de impact van gewasbescherming op milieu en waterecosystemen en openluchtgroenteteelt in hydroteeltsystemen. Hydroteeltsystemen zorgen ervoor dat er minder ruimte nodig is voor het telen van bijvoorbeeld prei en dat er met een efficiënt recirculatiesysteem voor water kan gewerkt worden. De andere geselecteerde projecten zijn: 

  • Proefcentrum Fruitteelt vzw Sint Truiden: 80.223 euro
  • Vlaams Centrum voor Bewaring van Tuinbouwproducten (VCBT) Leuven: 99.171 euro
  • Proef – en Vormingscentrum voor de Landbouw vzw (PVL) Bocholt: 106.936 euro
  • Proefbedrijf Pluimveehouderij vzw Geel: 90.936 euro
  • Proefcentrum voor Sierteelt vzw Destelbergen: 123.874 euro
  • Proefcentrum Hoogstraten vzw: 136.500 euro

 Minister Crevits is momenteel ook bezig aan een reeks bedrijfsbezoeken om de landbouwsector beter te leren kennen. Na het bezoek aan Koeweidehof in Merchtem stond vorige vrijdag het innovatieve varkensbedrijf van Rik Bogaert en Nancy Verhaeghe in Ledegem, West-Vlaanderen op de agenda. De varkenshouders brachten verschillende innovatieve technieken samen in een nieuwe stal waar ze kraamhokken bouwden. Daar kunnen de pas bevallen zeugen vrij bewegen terwijl de biggen in een soort van ‘biggennanny’ verblijven, een couveuse voor biggen. “Via een camera kunnen we nu de dieren volgen”, vertelt Rik Bogaert aan Het Nieuwsblad. “We merken dat zowel de zeugen als de biggen veel gelukkiger zijn. De moeders zijn veel rustiger dan voorheen. Door hen te filmen hebben we al veel meer geleerd over onze dieren dan in de voorbije twintig jaar.”

Bron: VILT/ Het Nieuwsblad