“Bloemenstroken zijn rendabel voor de boer”

Vlaams minister voor Omgeving Zuhal Demir (N-VA) bracht afgelopen weekend een werkbezoek aan enkele demovelden in Herzele in het kader van het interreg-project Beespoke, dat onderzoekt welk landschapsbeheer en welke bloemen een positieve impact hebben op bestuivers. Het project zorgde al voor 12 voetbalvelden bijenvriendelijke natuur in Vlaanderen en blijkt een win-win te zijn. Het stimuleert de biodiversiteit en de boeren ontvangen een vergoeding om hun landbouwgrond ter beschikking te stellen.

Dat het niet goed gaat met de solitaire bijen, hommels en zweefvliegen, is geweten. De bestuivers zijn nochtans noodzakelijk voor de kwaliteit van de geteelde gewassen in de Noordzeeregio, één van de meest productieve landbouwgebieden ter wereld. In Vlaanderen zijn nu op vier plaatsen 82 bloemenranden aangelegd, speciaal voor bestuivers. Verschillende combinaties zijn al aangeplant op 19 hectare bloemenranden in Vlaanderen. Het gaat om een totale oppervlakte van bijna twaalf voetbalvelden die door wetenschappers geanalyseerd wordt. Onderzoekers van de UGent bekijken de voorkeur die bijen en andere bestuivers hebben voor bepaalde zaadmengsels.

Vlaams omgevingsminister Demir bracht zaterdag een bezoek aan één van de vier demogebieden van Beespoke in Herzele. In dit demogebied zaaiden 7 landbouwers vorig jaar 18 bloemenranden in op bijna 5 hectare landbouwperceel. Er zijn vooral gewassen aanwezig waar geen bestuiving noodzakelijk is. Hier wordt onderzocht hoe de biodiversiteit van bijen kan verbeterd worden. Het project beoogt een toename van 10 procent biodiversiteit in het gebied.

Boost voor biodiversiteit

Guy Smagghe, professor aan de vakgroep Plant en Gewas van de faculteit Bio-Ingenieurswetenschappen (UGent), is onder de indruk van de resultaten in Herzele. “We hebben hier al insecten gezien, zoals tuinhommels, die op de rode lijst staan en dus bedreigd zijn. Die soorten vinden hier eten, kunnen een nest maken en zich reproduceren. Verder zien we veel veld- en akkerhommels, koolwitjes en ook zweefvliegen. Voor die laatste is er nooit veel aandacht maar het zijn wel belangrijke bestuivers.”

De demovelden van ons Europees project Beespoke staan er prachtig bij, met de vele één- en meerjarige bloemen en verschillende soorten van hommels en vlinders. “Ja, we doen mooie zaken voor de biodiversiteit in Vlaanderen”, aldus Smagghe. “Ik ben een grote voorstander voor een rode lijst van wilde bijen voor Vlaanderen, een beter maaibeheer, en bestuivingskaarten om zo een goed beheer af te kunnen sluiten met de landbouw en overheid.”

Ook oogst vaart wel

Jens D'Haeseleer van Natuurpunt heeft eveneens kunnen vaststellen dat bloemenranden een gunstig effect hebben om de diversiteit aan bestuivende insecten te vergroten. “Een variatie aan planten zorgt ook voor een variatie aan bestuivers. We zien dat bloemenranden met vlinderbloemige en klaverachtige plantjes een positief effect hebben op deze bijen. De rosse metselbij, een fantastisch goede bestuiver van fruit, zorgt voor lekkere kersen, appels en peren. We kunnen deze bij boosten met de juiste bloemenmengsels en bijenhotels. Ook de grashommel krijgt een duwtje in de rug met de juiste inspanningen voor de biodiversiteit.” De klimaatverandering zorgt bovendien voor nieuwe bijen, zoals de zogenaamde zwartbuikbehangersbij.

Meer biodiversiteit kan volgens professor Guy Smagghe ook een positief effect hebben op de gewasopbrengst en de kwaliteit van landbouwproducten. “Dan denk ik aan onder meer eiwithoudende gewassen, erwten, bonen, koolzaad, appelen, peren, frambozen en aardbeien. We hebben een grote studie gedaan rond zoete kers. We zien dat de aanwezigheid van bijen een enorme impact heeft.”

Keuze van zadenmengels is cruciaal

De bloemenranden in Herzele werden ingezaaid met een eenjarig en een meerjarig zaadmengsel dat binnen Beespoke werd ontwikkeld, speciaal voor bestuivers. Het eenjarig bloemenmengsel bestaat uit inheemse, veel voorkomende bloemen zoals klaprozen en korenbloemen, en inheemse akkeronkruiden die aan het verdwijnen zijn, zoals wilde ridderspoor en bolderik.

Het zaad van die wilde planten – dat vrij duur is – werd aangevuld met zaad van landbouwgewassen die interessant zijn voor bestuivende insecten, zoals boekweit, dille en koriander. Het meerjarig mengsel bestaat uit wilde peen, duizendblad, kamille, knoopkruid, rolklaver, rode en witte klaver, boerenwormkruid en klein streepzaad. Dat is een mengsel van schermbloemigen, vlinderbloemigen en composieten die veel soorten bestuivers kunnen bekoren. Vingerhoedskruid, kleine en grote ratelaar, monnikskap en wondklaver zijn goede waardplanten om specifiek de tuinhommel beter te ondersteunen in deze regio.

Het belang van klavers

Onderzoekers van de Universiteit Gent analyseren de impact van de bloemenstroken op de bestuivers. Samen met Natuurpunt monitoren ze welke soorten bestuivers voorkomen op welke planten in de bloemenstroken. Als daaruit blijkt dat bepaalde soorten met een groot bestuiverspotentieel een voorkeur hebben voor specifieke planten, kunnen de zaadmengsels daaraan aangepast worden.

Klaversoorten zijn alvast zeer belangrijk voor hommels. “Hier in Herzele zie je bijvoorbeeld ook rode klaver en rolklaver”, zegt Laurian Parmentier, post-doctoraal onderzoeker aan de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de UGent, vakgroep Plant en Gewas. “Ook de witte klaver is heel belangrijk. Vroeger zaaiden de boeren klavers voor bemesting, maar dat is dan gestopt door de kunstmest. Jammer, want klavers zijn zeer goed voor het gewas en de insecten. Verder zijn er nog soorten belangrijk, zoals klein streepzaad, dat eveneens geplant werd in Herzele. Dat is een heel interessante soort om de wilde bijen aan te trekken. Wilde peen is ook belangrijk omdat die veel nuttige insecten aantrekt.” Guy Smagghe voegt er nog aan toe: “We werken met zaaimengsels die aangepast zijn aan de lokale omstandigheden. We willen vooral gaan naar inheemse bloemen en planten, zodat je geen faunavervalsing aan het doen bent.”

VLM experimenteert in Vlaanderen met 7 soorten zaadmengsels die niet zo goedkoop zijn. “We denken ook na hoe we onze mengsels kunnen verbeteren”, zegt Frank Stubbe, projectleider bij de VLM. “Het is niet evident om die zaden op de markt te vinden. De grote zaadfirma’s in Vlaanderen hebben de zaden zo maar niet op de markt liggen. We zouden op dat vlak ook een kleine doorbraak willen forceren. De mengsels zijn cruciaal voor de bijen.” Stubbe benadrukt dat hij het project zo lang mogelijk wil verder zetten. “Als we met deze hotspots geen waardevolle gebieden creëren, gaat dit verloren. Ook in het toekomstig beleid moeten we hier op blijven inzetten. Als we een aantal bijensoorten willen behouden, dan moeten we daar iets voor doen. We moeten zorgen dat ze voeding, nestgelegenheid hebben en kunnen overleven. Eigenlijk zijn bijen ook kritische soorten en zouden we nog moeten kunnen uitbreiden naar een aantal bijensoorten.”

Akker- en weidevogels

Stubbe wil dergelijke groene projecten doortrekken naar veel meer plaatsen in Vlaanderen. “Dan krijgen we terug wat biodiversiteit en kunnen we een aantal kritische soorten behouden. Dat is de grootste uitdaging waarvoor we staan.”

Op dit moment wordt ook een groot budget ingezet voor de soortenbescherming van akker- en weidevogels. “We werken niet alleen op insecten die aan het begin van de voedingsketen staan en het basisvoedsel zijn voor vogels”, zegt Stubbe. “We denken ook aan een aantal gebieden waar er een aantal kritische weidevogels zitten, zoals in de Outlandpolder. Ook in het akkerbouwgebied in De Moeren (West-Vlaanderen) en in de leemstreek zetten we in op de grauwe kiekendief en de geelgors.”

Beheerovereenkomst

Landbouwers kunnen een tweejarige beheerovereenkomst met VLM sluiten, waarbij ze in ruil voor hun inspanningen een compensatie krijgen. Zo voorziet VLM financiële steun voor de 30 landbouwers die voor het project Beespoke de bloemenstrook aanleggen en onderhouden. “De vergoeding wordt berekend op basis van de minopbrengst”, zegt Frank Stubbe. “In Herzele krijgen de landbouwers per hectare ongeveer 2.000 euro per jaar. Financieel is dat interessant, maar voor de biodiversiteit geeft het project dé grote meerwaarde.” Stubbe geeft nog mee dat er nog budget is om “zeker nog een paar honderd landbouwers mee te nemen binnen die gebieden”.

De landbouwers reageren tevreden op de rendabiliteit van het project. “Financieel brengen die bloemenstroken meer op dan voedergewassen”, zegt landbouwer Gabriël Deschuimer. “Het natuuraspect is voor iedereen belangrijk, maar er moet natuurlijk wat tegenover staan.” Willy Persoons teelt al 40 jaar aardappelen, bieten, tarwe, maïs en witloof. “Als ik kan meewerken aan de natuur, dan doe ik dat. Ik zie op mijn akker insecten die ik een jaar geleden niet zag.” Tarwe- en maïsboer Etienne Brondeel doet mee uit interesse: “Ik zie veel meer bijen en vlinders. Het project is voor mij duidelijk geslaagd.”

Minister onder de indruk

Minister Demir kwam zaterdagnamiddag zelf een kijkje nemen in één van de demogebieden in Herzele, in aanwezigheid van de burgemeester en de gouverneur. Ze belooft dat het project blijvend zal gesubsidieerd worden. “Ik besef heel goed dat we via de beheerovereenkomsten van VLM de nodige ondersteuning moeten voorzien aan de landbouwers voor het beplanten en het onderhoud. Boeren staan hiervoor open, maar het moet natuurlijk voor hen betaalbaar blijven.”

Het lijkt erop dat de overheden, natuurverenigingen en landbouwers elkaar in dit project gevonden hebben. Demir maakte veel tijd om met de landbouwers te praten en toonde veel interesse. Ze bedankte tijdens haar toespraak uitdrukkelijk alle partners van het project, zoals de landbouwers, overheid, de UGent, de lokale besturen en Natuurpunt. “Ik ben blij dat Natuurpunt mee zijn schouders onder dit project steekt”, zegt Demir. “Alle handen worden in elkaar geslagen. Zo kunnen we nagaan welk landschapsbeheer we nodig hebben om de achteruitgang van de bestuivers tegen te houden.”

“Bijen zijn geen bijzaak, integendeel”, aldus Demir. “De landbouw heeft bestuivers zoals bijen, hommels en zweefvliegen nodig zodat de toekomst verzekerd blijft. Met dit project planten we letterlijk de zaadjes voor de toekomst van bestuivers in Vlaanderen en daarbuiten. In het landbouwgebied kunnen we grote winsten voor onze biodiversiteit boeken. Al te vaak worden landbouw en natuur als tegenstanders afgeschilderd, maar het tegendeel is waar.”

Aangepast maaibeheer

Volgens de UGent is het belangrijk om op het juiste moment de zaden in te zaaien. “Je hebt twee momenten om in te zaaien, namelijk in de winter en in de lente”, zegt Laurian Parmentier. “Maar we zien dat je het beste effect krijgt als je vlak voor de winter gaat inzaaien, zoals november of december. Er zitten immers veel kruiden in de ondergrond. Die komen dan sneller op dan je ingezaaid zaad. En op den duur is het een kruidboel in plaats van een mooie bloemenweide.”

De universiteit voert ook onderzoek naar de beste manier om aangelegde meerjarige bloemenstroken te maaien. Een aangepast maaibeheer is eveneens noodzakelijk omdat er vaak snel vergrassing optreedt. “Dat wordt soms wel vergeten. We kijken wat een goed beheer opbrengt en wat het positieve effect is op het beheer van de planten en de insecten. Je hebt eerst een diversiteit van planten nodig en dan pas komt diversiteit aan insecten.”

Om de biodiversiteit te verbeteren, zal de UGent ook 'bestuivingskaarten' maken die landbouwers tonen hoe geschikt een gebied is voor bestuivers en welke ingrepen de bestuiving van gewassen kunnen verbeteren. Er komen onder meer bestuivingskaarten voor landbouwers met bestuivingsafhankelijke gewassen. Op basis van die kaarten kunnen landbouwers inschatten in welke mate het landschap rond een landbouwperceel de bestuivingsdienst van wilde bijen ondersteunt en welke extra maatregelen de landbouwer kan treffen om wilde bijen te ondersteunen voor de bestuiving van zijn gewas.

Bron: Vilt, 5 juli 2021