Beheerovereenkomsten werpen vruchten af voor vogelpopulatie

Het soortenbeschermingsprogramma akkervogels voorziet in een gecoördineerd, gebiedsgericht herstelprogramma voor akkervogels. Voor het eerst worden er ook populatiedoelstellingen meegegeven. Onderdeel van de plannen is een gerichtere inzet van beheerovereenkomsten. Nieuwe beheerovereenkomsten voor akkervogels kunnen alleen nog maar worden afgesloten in de aangeduide gebieden. VILT ging op het veld polshoogte nemen en liep een dagje mee met twee VLM-bedrijfsplanners die instaan voor het sluiten en begeleiden van beheerovereenkomsten.

“De voorbije jaren werden de middelen te versnipperd ingezet en bleven de gewenste effecten op populatieniveau uit. Op basis van wetenschappelijk advies doen we dus een bijsturing. We willen de middelen vanaf 2023 gerichter inzetten om in de gebieden met het hoogste potentieel meer positieve impact te realiseren op de biodiversiteit.” Aan het woord is minister van Omgeving Zuhal Demir.

De gerichte inzet van beheerovereenkomsten is onderdeel van een soortenbeschermingsprogramma akkervogels dat recent is goedgekeurd. Het plan is erop gericht om de populatie van diverse soorten akkervogels op te krikken. De afgelopen decennia is de vogelpopulatie in ons land immers sterk afgenomen. Denk aan de kievit, de patrijs, de spreeuw en de leeuwerik. Zo nam alleen al de leeuwerikpopulatie vanaf de jaren zeventig met 95 procent af. Een verontrustende ontwikkeling, zo vindt ook Demir. “Akkervogels zijn als kanaries in de koolmijn. Verdwijnt die soort, dan zegt dat iets over de achteruitgang van de kwaliteit van ons platteland. Daarom gaan we hen helpen overleven.”

Op een kleine 100 kilometer van Brussel, in de Antwerpse Kempen, sijpelt de politieke retoriek door op de werkvloer. “Kijk daar: 24 geelgorzen”, zegt Stijn Leestmans, expert agrarisch natuurbeheer bij Vlaamse Landmaatschappij (VLM). Hij bergt zijn verrekijker op om vervolgens op zijn smartphone de vogeltelling in te geven op Waarnemingen.be, een online database van Natuurpunt waar duizenden vogelliefhebbers voor heel Vlaanderen hun waarnemingen delen. Net zoals dit weekend waarin Vlamingen de vogels in hun tuin telden tijdens het Grote Vogelweekend (zie kader) van Natuurpunt, zo tellen vogelaars dag in dag uit vogels, het jaar rond.

Minder beheeroverkomsten in melkveegebieden

We bevinden ons met vogelliefhebber op een landbouwperceel in de Kempen, nabij het natuurgebied de Tikkebroeken in de gemeente Oud-Turnhout. Het is een typische melkveeregio waar in de zomer maïs, gras en aardappelen het landschap vormen. “Door de intensivering van de landbouw is er in de winter nauwelijks voedsel meer beschikbaar voor de vogels. Veel natuurlijke landschapselementen zijn verdwenen en professionele landbouwmachines laten geen etensresten meer achter voor de vogels”, stelt Leestmans. “De marges in de landbouw zijn zo laag dat boeren het uiterste uit hun land moeten halen, zij zitten opgesloten in een lineair productiesysteem.”

Om de biodiversiteit terug te brengen in het landschap en de akkervogelpopulatie op te krikken, is zo’n twintig jaar geleden het concept van beheerovereenkomsten in het leven geroepen. Leestmans is één van de drie VLM-bedrijfsplanners die in de provincie Antwerpen instaat voor het sluiten en begeleiden van beheerovereenkomsten. Er zijn zo’n 420 beheerovereenkomsten (met daarin 1.671 detailovereenkomsten) in Antwerpen waarmee de provincie onderaan bungelt in Vlaanderen. “Dat komt omdat het hier een melkveegebied is”, legt hij uit. “Boeren moeten hun mest kwijt. Als ze dat niet op het land kwijt kunnen zoals het geval kan zijn bij een beheerovereenkomst, moeten ze het laten verwerken en dat kost ook geld.”

Dat speelt allemaal mee in de rekensom die veel landbouwers maken. De vergoeding voor het zetten van in dit geval vogelvoedselgewassen bedraagt 1.931 euro per hectare. Veel akkerbouwgewassen leveren niet meer dan 1.000 euro op, waardoor de rekening vooral in akkerbouwgebieden makkelijker gemaakt is. In melkveegebieden ligt deze rekening dus anders. “Bovendien onderhouden boeren hun akkers netjes, het druist tegen hun mentaliteit in om de natuur de vrije loop te laten. Vaak krijgen zij ook reacties van omwonenden of collega-boeren dat het perceel er slordig bijligt. Deze sociale druk moet niet onderschat worden”, zegt Leestmans.

Akkervogels voeden zich in de winter met granen

“Makkelijker is het om een boer te overtuigen een bloemenstrook in te zaaien”, voegt Katrien Proost eraan toe. “Dat levert juist positieve reacties op van omwonenden en recreanten waardoor de boer juist gemotiveerd wordt.” Ook Katrien is één van de drie Antwerpse VLM-bedrijfsplanners. Samen met hen controleren wij de toestand op drie percelen waar sinds enkele jaren gewerkt wordt met een beheerovereenkomst en waar vogelbescherming centraal staat. Op de dicht bij elkaar gelegen percelen is vorig voorjaar zomertarwe gezaaid. De zaden vormen een voedselbron voor akkervolgels, in dit geval de geelgors. De kleine, geel geborste vogel zoekt zijn eten op de velden, maar schuilt en broedt in nabijgelegen bossen of struikgewas.

De drie percelen die wij bezoeken, liggen steeds aan een houtkant. “Daar worden ze op geselecteerd”, vertelt Leestmans die aangeeft dat natuurbeheer veelal maatwerk is. Nadat hij in eerste instantie teleurgesteld het land overziet dat in het begin vergrast is, lijkt het wintervogelgewas toch zijn werk gedaan te hebben en klaart zijn gezicht op. Niet alleen dalen er geelgorzen neer op de akker om voedsel te zoeken, we zien ook boomleeuweriken, vinken en kramsvogels voorbij vliegen. Geen zuivere akkervogels, maar toch balsem voor de ziel van de vogelliefhebber. “Ik spreek eigenlijk ook liever van agrarische vogelsoorten dan akker- of weidevolgels”, zegt hij. In een verder gelegen perceel zien we toendrarietganzen, wintergasten die in het voorjaar terugvliegen naar Rusland.

De aanwezige vogelpopulatie bewijst volgens Leestmans het nut van deze beheerovereenkomsten. Een volgend perceel dat we bezoeken kent beduidend minder bedrijvigheid. “Vorig jaar vlogen hier nog heel veel geelgorzen rond”, zegt de VLM-medewerker terwijl hij ter verklaring wijst op de toestand van het wintergewas. “Gras is hier gaan domineren en dat heeft een nefast effect. De tarwe wordt hierdoor verdrongen en de zaadjes kunnen door het gras vervolgens niet teruggevonden worden. Daarom blijven de vogels weg.”

Soort groenbedekker is bepalend voor biodiversiteit

Het derde perceel is omringd door groene akkers, gras dat als groenbedekker na de maïsoogst in ingezaaid en dat volgend voorjaar in de vorm van een eerste snede in het kuilvoer terecht komt. “Daarna komt hier ongetwijfeld maïs te staan”, aldus Leestmans. Alhoewel een groenbedekker goed is voor de stikstofuitspoeling heeft het volgens hem ook negatieve effecten op de biodiversiteit. “Na het frezen en inzaaien blijft er in de winter geen voedsel, ook geen onkruid, over voor akkervogels.”

De toestand van het wintervogelgewas, dat er ook hier niet goed bij staat, is aanleiding om binnenkort het gesprek aan te gaan met de landbouwer. Ook dit behoort tot het werk van VLM-bedrijfsplanners. “Mogelijk is hier te laat gezaaid of is er niet gebruik gemaakt van een vals zaaibed (na eerste keer frezen krijgen grasresten de kans zich te ontkiemen waarna er nog een keer gefreesd wordt)”, oppert Leestmans. “Misschien kunnen we met de boer bespreken om een ander gewas te zaaien, zoals bijvoorbeeld bladramanas of boekweit.”

Ook dit gebied in de Kempen is in het soortenbeschermingsprogramma van Demir aangeduid als akkervogelgebied. Leestmans en Proost zijn dan ook tevreden dat ze hun werk met beheerovereenkomsten kunnen verder zetten. Wel denken zij dat de nieuwe plannen een grote invloed op hun werk zal hebben. “Monitoring wordt steeds belangrijker. Er zijn immers ook populatiedoelstellingen in het plan meegenomen. Dat wil zeggen dat je erop afgerekend kunt worden als deze doelstellingen niet gehaald worden”, aldus Leestmans.

Volgens de vogelliefhebber werden beheerovereenkomsten vroeger breder ingezet, als middel om de algemene biodiversiteit te verbeteren. “Met deze soortenbeschermingsprogramma's wordt er dus gerichter ingezet op bepaalde akkervogelsoorten. Dat vergt van de mensen in het veld veel meer kennis van de biotoop van deze vogel, zijn eet-, paar-, en broedgewoontes door het jaar heen”, besluit hij.

Omdat de beheerovereenkomsten in de toekomst beperkt worden tot de meest kansrijke beheergebieden zullen er gebieden zijn die niet meer in aanmerking komen. In deze gebieden zal de VLM bedrijfsplanner de landbouwers doorverwijzen naar een alternatief, zoals de ecoregelingen in het nieuwe GLB.

Bron: Vilt, 1 februari 2022