Rapport: Enquête van het Vlaams Ruraal Netwerk over sociale media en communicatiekanalen Departement Landbouw en Visserij

Bevraging over het sociale mediagebruik van land- en tuinbouwers

Achtergrond 

Tijdens de actiegroep jonge landbouwers die bijeen kwam in april 2016, werd de vraag gesteld welke apps landbouwers zoal gebruiken. Dit vormde de aanleiding voor het Vlaams Ruraal Netwerk om in samenwerking met het Departement Landbouw en Visserij een verkennend onderzoek te doen naar het sociale mediagebruik bij land- en tuinbouwers. Bij dit onderzoek beschikken we niet over betrouwbare vergelijkbare onderzoeken in onze sector. Om toch referentiemateriaal te hebben, kunnen bronnen als: “Barometer van de informatiemaatschappij (2016)” van de FOD Economie helpen:

http://economie.fgov.be/nl/modules/publications/statistiques/arbeidsmarkt_levensomstandigheden/barometer_van_de_informatiemaatschappij_2016.jsp .

Ons onderzoek heeft zijn beperkingen: de gevolgde methode is niet altijd de ideale zoals verder uitgelegd wordt. Maar mits een correct inschatten van die restricties kan dit onderzoek als verkennend gebruikt worden. Voor eventueel vervolgonderzoek kan de methode verbeteren en kunnen de restricties aangepakt worden. De verdienste van een opzet als bij dit onderzoek is dat het een problematiek bespreekbaar maakt en richting geeft aan de heersende en toekomstige inzichten.

Behoefte aan een goede definitie

Welke criteria bepalen of iemand land- of tuinbouwer is in Vlaanderen? Volstaat het dat iemand met een exploitatienummer gekend is bij het Departement Landbouw en Visserij? Is de mestbankaangifte een sluitend criterium? Bestaat er zoiets als “actief” en “historisch” landbouwerschap? Is er een inkomensgrens?...

Afhankelijk van de bron en de interpretatie circuleren er anno 2017 cijfers die variëren van meer dan 40.000 (de meest ruime interpretatie)  landbouwers tot 25 000 à 26 000 in Vlaanderen.

En wat met vennootschappen en andere bedrijfsvormen? Een persoon die werkt in een vennootschap is die landbouwer, of zijn het de aandeelhouders?

De bevraging werd verstuurd naar het mailbestand van het Vlaams Ruraal Netwerk en via de Nieuwsflash van het Departement Landbouw en Visserij en kon ook online ingevuld worden via de website van het Vlaams Ruraal Netwerk. Een voorafgaandelijk controlemechanisme op de authenticiteit van de respondenten was niet voorzien, wel werden de resultaten achteraf gecontroleerd op dubbel gebruik. Bij de openingsvragen was een filter voorzien, in die zin dat niet-landbouwers de enquête niet konden invullen. De eerste vraag was namelijk of men land- of tuinbouwer was - al dan niet in hoofdberoep. Het bewijs dat dit gewerkt heeft, is er, aangezien er op basis hiervan 20 respondenten van de bevraging uitgesloten werden. Maar 100% sluitend is deze aanpak niet. In deze online bevraging kiezen we voor een “gangbare” steekproefmarge van 5%.

Respondenten

Gezien het online karakter van deze bevraging zijn de respondenten die je niet via digitale kanalen bereikt uitgesloten van antwoord. Het is nochtans belangrijk om hen ook te bevragen. Hoe komt het dat zij geen digitale kanalen gebruiken? Als referentie: volgens de cijfers van de FOD Economie zijn er in België in 2015 ongeveer 12 % van de burgers die geen computer of laptop hebben. Wat niet wil zeggen dat ze geen toegang hebben tot sociale media natuurlijk. Bij bedrijven is dat minder dan een procent.

De onderzoeksvraag

Om een idee te krijgen van welke mediakanalen de Vlaamse land- en tuinbouwers vandaag gebruik maken, doet het Vlaams Ruraal Netwerk, in samenwerking met het Departement Landbouw en Visserij, onderzoek naar het sociale mediagebruik van deze doelgroep..

De resultaten

De enquête was anderhalve maand voor de land- en tuinbouwbeurs Agriflanders 2017 in te vullen. Op de enquête kwamen 321 reacties waarvan vraag één 14 respondenten uitsluit (geven aan geen land- en tuinbouwer te zijn).

De deelsectoren waarin men actief is en de geografische spreiding geven op het eerste zicht een beeld dat conform is met dat van de land- en tuinbouwsector in Vlaanderen. Zo zijn de meeste respondenten actief in de akkerbouw en veehouderij en komt bijna de helft van de respondenten uit de provincie West-Vlaanderen. 75% van de respondenten is man.   

55% bevindt zich in de leeftijdsgroep van 50+. Dit is representatief voor de leeftijdsverdeling in de sector, maar gezien het onderwerp toch opvallend.

Bij de vraag naar studieniveau hadden we zeer uiteenlopende antwoorden, maar de meesten hebben uiteraard een diploma in de land- of tuinbouw.

Gebruik van sociale media

Er werd een bevraging gedaan naar het algemeen sociaal mediagebruik van land- en tuinbouwers en daarnaast werd er ook bevraagd per sociaal mediakanaal.

De drie grootse vormen van sociale media die gebruikt worden, zijn mail (96%), Facebook (45%) en apps (27%). De andere kanalen worden veel minder gebruikt. Ongeveer 5% geeft aan geen sociale media te gebruiken. Facetime en Twitter worden het minst gebruikt.

Over twittergebruik kunnen we stellen dat onze respondenten erg weinig gebruik maken van dit sociaal medium. Slechts 5% van de respondenten heeft een Twitter account. Diegenen die een Twitter account hebben, gebruiken dit ook niet zo heel frequent. Zo zou 60% dit maandelijks gebruiken en slechts 20% zou het dagelijks gebruiken.

Over Facebook: 47% van de respondenten geven aan over een Facebookprofiel te beschikken. Ongeveer 90% van diegene die een profiel hebben, geeft ook aan dit met een zekere frequentie (dagelijks of wekelijks) te gebruiken. Diegene die een Facebookprofiel hebben, gebruiken dit voornamelijk voor privé-redenen (op de hoogte blijven van vrienden) en om op de hoogte te blijven van landbouw gerelateerd nieuws. 25% van de Facebookgebruikers onder onze respondenten gebruikt Facebook ook voor professioneel gebruik. In totaal maken dus 11% van de land- en tuinbouwers gebruik van Facebook voor professionele doeleinden. De grootste redenen om geen Facebookprofiel te hebben, zijn tijdsgebrek en geen interesse of behoefte hieraan.

Smartphone is bij ongeveer 40% van onze doelgroep doorgedrongen (zowel in bezit als in gebruik van apps). 37% van de respondenten, die over een smartphone beschikken, geeft aan gebruik te maken van apps. Bij de apps zien we gebruik van weerapps (87%)/ nieuwsapps (72%)maar toch ook bijna 52% “landbouwgerelateerd” praktijkgebruik. Van onze doelgroep gebruikt dus ongeveer 20% smartphones en beroepsgebonden apps. Bijna 70% van diegene die het gebruiken, geven aan dit dagelijks te gebruiken. Wat opvalt is dat het gebruik daadwerkelijk praktijkgericht is: teeltregistratie/ plaagdetectie (Phytopthera) / ziektes in gewassen herkennen/bedienen van machines/…..

De vraag werd ook gesteld over welke thema’s er nog geen apps bestaan, maar wat wel interessant voor hen kan zijn. Hierbij een aantal antwoorden die hierop volgden:

  • App met verschillende data voor indienen van landbouw gerelateerde aanvragen
  • Nieuws van Sanitel
  • Afrijping mais
  • Voorspelling geboortedatum/registratie van geboortes
  • Management in de kraamstal
  • Perceelfiche
  • Technische kennisdatabank melkveehouderij
  • Opvolging rundveestapel (liters, robotpassage, lactatiestadium, aantal dagen gekalfd …)
  • Antibioticagebruik => wat te gebruiken bij een bepaald probleem
  • Spuitregistratie

De respondenten geven aan dat de ervaring positief is. Informatie steeds uit de eerste hand én onmiddellijk in de hand…

Bevraging communicatiekanalen Departement Landbouw en Visserij

Naast de bevraging over sociale media deden we ook een bevraging naar de communicatiekanalen van het Departement Landbouw en Visserij. De reden hiervoor is voornamelijk om de communicatiekanalen beter af te stemmen op de gebruiker.

De website van LV is gekend. Meer dan 92% geeft aan de site te gebruiken, met een regelmaat van een paar keer per jaar tot maandelijks. We hebben ook niet bevraagd of ze het onderscheid tussen  het “e-loket voor landbouwers” (i.e. een webinterface waar ieder landbouwbedrijf zowel zijn percelen en teelten registreert en meteen de nodige subsidieaanvragen kan doen) en “de website” van het Departement Landbouw en Visserij (met informatie/ contactgegevens/ nieuwsberichten....) kunnen maken.

De nieuwsflash van het Departement is bij 80% van de respondenten gekend. De meeste reacties op de vraag wat onze respondenten van onze nieuwsflash vinden, waren positief.

Van de respondenten heeft 28,8% al eens een vraag gesteld aan het Departement Landbouw en Visserij. De meerderheid contacteert het departement telefonisch via de telefoonlijn van de communicatiedienst. Bijna 99% van de mensen gaven aan tevreden te zijn over de manier waarop ze werden geholpen.

Verder bleek een sterke voorkeur voor het verkrijgen van informatie via mail (74%), via de nieuwsflash van het Departement Landbouw en Visserij (62%) en via de website (46%).