Haalbaarheidsstudie minicampings op boerderijen

Categorieën

Thema

Toerisme

Jaar

2011

Provincie

Limburg

Locatie

Kempen-Maasland

Assen

As 4

Projectgegevens

Promotor

Toerisme Limburg vzw

Duurtijd

01/04/2011 - 31/03/2013

Situering

Doelstelling is te komen tot een handleiding met duidelijke en concrete toelichting rond, ruimtelijke en wettelijke bepalingen, getoetst aan economische en ruimtelijke haalbaarheid. Aan de hand van twee à rdie pilots wil men een eerste aanzet geven tot het praktisch opvolgen van deze handleiding of dit draaiboek.

Haalbaarheidsstudie (01/04/11-31/12/2011)

Hoevekamperen wordt beschouwd als de inrichting van een terrein, een naastliggende weide bij een boerderij die ter beschikking gesteld wordt voor toeristen met caravans, tenten,… (aanbieden van plekje gras, kampeerplaats). Het terrein heeft een minimale inrichting. De sanitaire voorzieningen zijn voorzien in de bestaande bebouwing (hoeve, schuur).

  • Ruimtelijke aspecten:

Bepalingen regelgeving Ruimtelijke Ordening: de inrichting van hoevecampings is in principe mogelijk in landbouwgebied (agrarisch gebied volgens gewestplan), als annex bij een leefbaar landbouwbedrijf (landbouw moet aanwezig zijn als hoofdbestemming).

Bepalingen stedenbouwkundige vergunning: een vergunningsaanvraag zal steeds getoetst worden aan de “goede ruimtelijke ordening” en de draagkracht van de omgeving, de verwachte mobiliteit, landschappelijke inkleding,… De overeenstemming met de vigerende bestemming zal onderzocht worden (brengt de hoevecamping de bestemming van agrarisch gebied in het gedrang?) Daarbij zal ook vaak advies gevraagd worden aan de afdeling Land. De beoordeling gebeurt geval per geval (met de nodige beoordelingsvrijheid en interpretatiemarge). Uit parlementaire vragen uit het verleden blijkt de RO- en Landadministratie de aanvragen erg terughoudend te beoordelen waardoor er weinig hoevecampings in de praktijk gerealiseerd konden worden (ondanks de theoretische mogelijkheden binnen de RO-regelgeving). Er wordt ook advies gegeven door de administratie landbouw en visserij. Ook hier gebeurt de beoordeling geval per geval waarbij er niets officieel vaststaat, maar blijkbaar wordt enkel gunstig advies gegeven indien het om maximaal 15 plaatsen gaat.

Algemene ruimtelijke aspecten die spelen bij de inrichting en beoordeling van hoevecampings zijn o.a. de integratie bij het hoevecomplex, zo weinig mogelijk indringen in de open ruimte, een verantwoorde landschappelijke inkleding, enz.

Interessant om verder te onderzoeken of uit te diepen: overzicht van concreet juridisch-ruimtelijk regelgevend kader en de mogelijkheden voor hoevekamperen (bijv. waarvoor is een vergunning nodig, waarvoor niet? Op welke rechtsgrond kan een vergunning gegeven worden, onder welke voorwaarden?); toepassing van dit regelgevend kader in de praktijk en de beoordeling van dergelijke aanvragen (knelpunten, voorwaarden,…); gebiedsgericht onderzoek naar mogelijkheden in Limburg (landbouwregio’s); opstellen van ruimtelijke randvoorwaarden (richtlijnen) bij een ontwikkeling van hoevecamping (cf. brochure herbestemming leegstaande landbouwgebouwen – provinciale landbouwdienst); wat zeggen (gemeentelijke) ruimtelijke structuurplannen over hoevecampings? Is dit opgenomen in bepaalde GRS’en? Is het nuttig/nodig om planologische instrumenten in te zetten (opmaak van RUP’s op gemeentelijk niveau voor de creatie van recreatiegebied), of kan een realisatie makkelijker/beter via het generiek (vergunningen)beleid (zonder bestemmingswijziging)?; wat met de mogelijkheid tot hoevecampings in herbevestigde agrarische gebieden?

  • Toeristische aspecten

Binnen het logiesdecreet worden hoevecampings gemeenzaam begrepen onder de subcategorie “minicamping” (binnen de categorie “openluchtrecreatieve terreinen”): een minicamping bestaat enkel uit plaatsen voor kortkampeerders en plaatsen op tentenweide (max. verhuur van 31 opeenvolgende dagen); het aantal plaatsen op een minicamping is maximaal 15; de openingsperiode voor een minicamping is beperkt van 1 april t.e.m. 30 september. Buiten die periode zijn alle mobiele openluchtrecreatieve verblijven van het terrein verwijderd. 

Er geldt een exploitatievergunningsplicht vanaf 3 kampeerplaatsen. Tot 2 kampeerplaatsen en max. 8 toeristen geldt een meldingsplichts. Hierbij moeten een aantal basisvoorwaarden (brandveilig, hygiëne en onderhoud, stedenbouwkundig in orde) + inrichtingsvoorwaarden (bijv. sanitair, drinkwatervoorziening, electriciteitsaansluiting, landschappelijk verantwoorde afscherming t.a.v. weg, minimale perceelsoppervlakte en maximale bezettingsgraad) voldaan zijn. Er is geen exploitatievergunningsplicht voor terreinen voor openluchtrecreatieve verblijven waarop max. 75 dagen per jaar gekampeerd wordt door georganiseerde groepen (onder begeleiding) of i.k.v. “Toerisme voor Allen”.

Voor de exploitatie van een hoevecamping (als minicamping) zal dus een exploitatievergunning aangevraagd moeten worden. In het verleden (op basis van het vroegere kampeerdecreet, voor het huidige logiesdecreet) is dit een remmende of hypothekerende factor gebleken aangezien de exploitatievoorwaarden ‘overdreven’ en niet haalbaar werden geacht voor of in relatie tot een kleinschalige inrichting als hoevecamping. Er bestond toen nog geen specifieke categorie als minicamping (enkel ‘gewone’ campings).

Er bestaat ook een comfortclasssificatie voor minicampings. Afhankelijk van het voldoen aan een aantal classificatienormen kan een minicamping van 1 ster tot 5 sterren behalen. Enkel campings die vergund zijn krijgen een classificatie en worden meegenomen in de promotie. Campings die enkel aangemeld zijn, zijn wettelijk wel in orde maar genieten niet van deze voordelen.

Indien de hoevecamping niet verstaan kan worden onder ‘minicamping’ (bijv. bij meer dan 15 plaatsen of jaarrond exploitatie), dan zal ze begrepen moeten worden onder een andere ‘grotere’ subcategorie van de openluchtrecreatieve terreinen (bijv. camping). De exploitatievoorwaarden zijn dan ook uitgebreider.

Er bestaat ook een subcategorie “kampeerautoterreinen” (binnen de categorie “openluchtrecreatieve terreinen”). Dit biedt misschien ook potenties voor hoevekamperen? Mobilehometoerisme zit in de lift (vraag naar standplaatsen op zichtlocaties, niet temidden van andere caravans op klassieke campings).

Interessant om verder te onderzoeken of uit te diepen: behoeftenonderzoek. Is er een vraag vanuit de landbouwsector naar de ontwikkeling van hoevecampings? Of vanuit de toerist/toeristische markt naar hoevecampings? Is er een gebiedsgerichte behoefte in een bepaalde regio?; concreet oplijsten van exploitatievergunningsvoorwaarden voor minicampings (en evt. classificatienormen) i.f.v. het opstellen van richtlijnen of handvaten voor een ontwikkeling van hoevecamping; potenties voor kampeerautoterreinen bij hoeves?; economische haalbaarheid: grootte, exploitatievorm; mogelijke bestaande, op te zetten stimuleringsmaatregelen (premie Toerisme Vlaanderen, mogelijke subsidie provincie Limburg, ondersteuning provincie bij erfinrichting en beplanting).

Benchmark: Nederland

Pilots (01/01/2012-31/12/2012)

Na oplevering van het draaiboek zal dit getest worden op 2 à 3 pilots.

Communicatie en publiciteit (01/01/2012-31/03/2013)

Om de resultaten kenbaar te maken denkt men aan de volgende communicatie: publicatie van het draaiboek, infosessies in gemeenten, infosessies sectoraal, schriftelijk informeren van mogelijke potentiële uitbaters, infoborden bij de pilots, communicatie via kennislabo Toerisme Limburg, persbericht of persconferentie.

Doelstellingen

Volgende doelstellingen kunnen onderscheiden worden:

  • Komen tot een handleiding of draaiboek met duidelijke en concrete toelichting rond, ruimtelijke, wettelijke bepalingen, getoetst aan economische en ruimtelijke haalbaarheid. 

Uitvoering

Toerisme Limburg vzw

Contactpersoon

Willy Orlandini
Universiteitslaan 3
3500 Hasselt
011/30 55 00